![]() |
'Al zijn het maar enkele
botjes, voor een graf'
| 22 januari 2003 Door PAUL BOLWERK Zondag 29 november 1998 verdwenen, na een avond stappen in Arnhem, tegelijkertijd een Nederlander en drie Polen van de aardbodem. Wat overkwam hen? Een reconstructie van de zaak Mahler. |
|
|
|
Speurhonden, getraind in het
opsporen van lijkgeuren, werden in 1999 ingezet op de Rijn om te zoeken naar
de verdwenen Jos Mahler en drie Polen. - Foto: Cees Mooij De Stichting Reddings Honden
Werkgroep Westervoort werd meerdere malen voor deze vermissing ingezet. |
Holle, roodomrande ogen blijven rusten op een klein zwart-wit fotootje. De handen trillen. "Waar ben je toch meisje?" Marianna Lapa blijft staren naar het lachende portret van Marzana (32), haar dochter. Ze is al meer dan vier jaar vermist. Na een avondje stappen in Arnhem. In Jackowice 120, een gehucht in het oostelijk deel van Polen, raakt de huiskamer vol verdriet. Anja weet wat haar zus Marianna doormaakt. Haar handen omklemmen het portret van haar zoon Pawel. Want ook Pawel Lach (23) is zoek. Evenals zijn boezemvriend Robert Swiniarski (22). En hun stapmaatje Jos Mahler (30) uit het Gelderse Doornenburg. Sinds zondag 29 november 1998 ontbreekt van hen elk spoor. Het is een vermissingsdrama van ongekende omvang. Marianna kan het nog steeds niet bevatten. "Twee dagen voor de verdwijning belde Marzana me op. Ze was vrolijk, want ze had goed nieuws. Marzana, Jos, Pawel, Robert en een grote groep Pools/Nederlandse vrienden uit Gelderland zouden met de kerst naar Polen komen. Voor een skivakantie in Zakopane, een vermaard skioord in het zuidelijk deel van Polen.Marzana keek ernaar uit om mij en Paula, haar dochter, weer in de armen te kunnen sluiten. Na dat telefoontje heb ik niets meer van haar vernomen", zegt Marianna met vlakke stem. Ze staat stijf van de kalmerende pillen. Helse weken maakt ze door. De pijn van haar dochters verdwijning laat zich elke dag voelen. Het meest rond de kerst en haar dochters geboortedag (10 februari 1966). |
|
|
|
Treuren om vermiste
familieleden. Anja (links) is haar zoon Pawel kwijt, Paula (midden) en haar
oma zijn op zoek naar Marzana. - Foto Simon Trommel |
Ze is vertwijfeld. Moet ze nu wel of niet de verjaardag van Marzana vieren? Op die dag steekt ze in ieder geval altijd een kaarsje op om de hoop op een teken van leven brandend te houden. Marzana's dochter, de zestienjarige Paula, houdt zich stilletjes op de achtergrond. In de schaduw van oma Marianna. Wat denkt zij dat er gebeurd is? Paula zegt lang niets, bijt op haar onderlip. "Ik wil alleen maar weten wat er met mijn mama gebeurd is." Niemand van de achterblijvers gelooft dat het viertal vakantie- en feestvierend, waar dan ook ter wereld verblijft, zonder iets van zich te laten horen. "Daarvoor is bovendien geen enkele aanwijzing. Er is geen geld van de bankrekeningen afgeschreven. Paspoorten, rijbewijs, geld en kleren. Het is er allemaal nog", schetst Gerard Mahler, de broer van Jos. Ook in de woning van Pawel en Robert in het Duitse Kranenburg is niets gevonden dat wijst op een gepland vertrek. "De werkkleren waren gewassen en lagen klaar voor gebruik. De boodschappen waren gedaan. De koelkast was gevuld", bevestigt hun werkgever Joop Koenen van de ijzervlechterij Groko in Groesbeek. Hij ging op inspectie uit, omdat de Poolse jongens niet op hun werk waren verschenen. Vader Dirk Mahler (77) voorvoelde groot onheil toen hij in de kamer van Jos een onbeslapen bed aantrof. "Ik wist meteen: dit zit niet goed. Ik ken mijn zoon, een goudeerlijke jongen. Die blijft niet weg zonder iets te zeggen. Hij vertelt alles en laat altijd van zich horen." Jos' broer Gerard merkt daarbij op: "Jos had net een nieuwe werkgever, VBI in Huissen. Hij was erop gebrand die baan te houden, zodat hij zijn toekomstdroom kon verwezenlijken: mei '99 trouwen met Majka (Marzana's bijnaam) op het kasteel en een gezinsleven opbouwen in Doornenburg. Voor Marzana's dochter Paula was al een school uitgezocht in Nijmegen." De achterblijvers moeten het doen met een onvolledige reconstructie van het dramatisch verlopen weekeinde van zaterdag 28 en zondag 29 november 1998. Tot aan de verdwijning had het weekeinde een vertrouwd verloop. Met veel zang, dans, eten en drinken. Zaterdagavond hadden de vier een feestje bijde Poolse Jessica in het nabijgelegen Gendt. Daarna pakten ze nog een borrel in een café in Doornenburg. Tegen half vijf 's ochtends zochten ze die zondag hun bed op in de boerderij van de familie Mahler in Doornenburg. Zondag rond drie uur 's middags ging het viertal op pad. "Vad, we gaan naar de dierentuin", zei Jos tegen zijn vader. Om 15.11 uur pinden ze 150 gulden bij de Rabobank in het naburige Angeren. Of de vier daadwerkelijk in Burgers' Zoo zijn geweest, is onduidelijk. Wel zijn in restaurant Krakus, waar ze later op de avond naartoe gingen, enkele folders van de dierentuin gevonden. De Betuwnaar en de drie Polen zijn in ieder geval omstreeks vijf uur 's middags in het Airborne Museum in Oosterbeek geweest. De dienstdoende receptioniste vond het maar een merkwaardig gezelschap dat slechts enkele minuten uittrok voor de collectie. Alleen 'die kale man' (Jos verloor op vijfjarige leeftijd zijn haar door vergiftigingsverschijnselen) maakte de indruk langer te willen blijven. Waar de vier in de daaropvolgende uren zijn geweest, is nog een raadsel. Pas rond zevenen doken ze op in het Poolse restaurant Krakus aan de Tullekensteeg, een smal straatje in het Arnhemse uitgaanscentrum, de Korenmarkt. Jos, Marzana, Pawel en Robert deden zich volgens restauranteigenaar Sjack Heesakkers te goed aan soep-, vlees- en visgerechten. Uiteraard onder het genot van veel bier en wodka. De kassa kwam op een totaal van 260,50 gulden. Jos wilde betalen, maar tot zesmaal toe weigerdede pinautomaat de transactie. Heesakkers maakte daar geen punt van, want de vier waren vaste gasten: "Betaal volgende keer maar." Tegen het middernachtelijk uur verliet het aangeschoten viertal het etablissement. Uitbaatster Joosten van het naburige restaurant American Steakhouse Nashville kreeg bij het passeren nog een schunnige opmerking van de flirterige Robert naar haar hoofd. Zij en haar man Chris liepen snel door. Jolanta Heesakkers, mede-eigenaresse van Krakus, zwaaide het viertal uit. "Ze sloegen links af de Rijnstraat in, en verdwenen vervolgens uit het zicht..." Vermoedelijk op weg naar hun lichtblauwe Datsun met het kenteken HK-49-DN (bouwjaar 1982). Waar die auto heeft gestaan, is nog steeds een groot vraagteken. Waar hij gebleven is, trouwens ook. De vermissing kreeg aanvankelijk bij de politie in de Over-Betuwe geen topprioriteit, omdat het om de verdwijning van vier volwassenen ging. Vier mensen tegelijk vermist, met auto en al, leek wel zeer onwaarschijnlijk. De twee op deze zaak gezette rechercheurs hielden er in de eerste weken rekening mee dat het viertal feestvierend op een onbekende bestemming verbleef. Dat vermoeden werd nog versterkt, toen de politie december '98 de tip kreeg dat Jos Mahler en Marzana in een Grieks restaurant in de Duitse stad Emmerich waren gesignaleerd. De speurtocht naar het vermiste viertal kwam bij het Over-Betuws korps uiteindelijk in een lagere versnelling, want er waren geen aanwijzingen voor een misdrijf of ongeval. Toen na enkele maanden het viertal nňg niet was opgedoken, kwam de verdwijningszaak alsnog bij de recherche van de politieregio Gelderland-Midden terecht. In overleg met het Openbaar Ministerie werd besloten tot de oprichting van het Schilder-team (een verwijzing naar de 'Duitse' achternaam van Jos Mahler). Vijftien rechercheurs pakten begin maart, onder leiding van hoofdinspecteur Jan Rutjes, de zaak op. Het was een ultieme poging de ware toedracht van de zaak Mahler te achterhalen. Tot vijfmaal toe werd Krakus-eigenaar Heesakkers door de politie gehoord over de raadselachtige verdwijning. Ook zijn klantenkring werd doorgelicht. "Deze hele affaire luidde het faillissement in van mijn restaurant", meent Heesakkers. Na 12.000 uur onderzoek, gesprekken met 150 betrokkenen en speurtochten in Nederland, Polen en Bulgarije, viel vrijdag 3 september 1999 het besluit het rechercheteam op te heffen. Het was de politie na een half jaar intensief speuren niet gelukt het mysterie rondom de vermissing op te helderen. "Nog niet", zegt Rutjes die ervan overtuigd is dat vroeg of laat de waarheid rond deze verdwijningszaak, letterlijk dan wel figuurlijk, boven water komt. "De zaak Mahler ligt bovenop de stapel van onopgeloste zaken." Doen zich nieuwe feiten voor, wordt het onderzoek weer opgepakt. De nabestaanden geloven allang niet meer dat het viertal nog in leven is. "Ze zijn verdronken of omgebracht." Hoewel verdrinking dus niet wordt uitgesloten, wordt die mogelijkheid zeer klein geacht. De hele waterrijke omgeving werd met man en macht tevergeefs afgezocht. De Mahlers geloven eerder dat hun Jos en Majka het slachtoffer zijn geworden van een criminele afrekening. Door wie? "De drugsmafia misschien?" Helemaal onlogisch is deze suggestie niet, want de politie rolde door het onderzoek naar de zaak-Mahler een internationaal netwerk van Oost-Europese handelaren in harddrugs op. Als uitvloeisel van die arrestatiegolf (medio 1999) werd een echtpaar uit Gendt tot voorwaardelijke celstraf veroordeeld voor het beschikbaar stellen van zijn garage als opslagplaats/werkruimte aan drugscriminelen. Dit echtpaar was zeer goed bevriend met Marzana, Pawel, Robert en hun families in Polen. De politie heeft echter geen enkel verband kunnen leggen tussen de verdwijning van het viertal en criminaliteit, in welke vorm dan ook. Alle geruchten en verdachtmakingen werden uitvoerig nagetrokken. Van tips over mysterieuze telefoontjes van het verdwenen viertal naar Malta tot verwijzingen naar 'opvallende betonstortingen'. Ook de verwijzing naar een conflictueuze sfeer tussen Pawel, Robert en Tolek (stiefvader van Pawel) en een voormalige werkgever op Arnhems fabriekscomplex Meinerswijk werd uit-en-ter-na onderzocht. De onzekerheid over het lot van de vier vreet aan de achterblijvers. Zozeer zelfs dat de ouders van Robert geen woord meer willen horen over de verdwijningszaak. Ze vinden het te confronterend. "We kunnen niet anders. We moeten ook verder met ons leven." Deze stellingname zette kwaad bloed bij de families Lapa en Lach: "Je geeft je kind toch niet op?!" Onverminderd gaan zij door in hun zoektocht naar hun kinderen. Het leidde zelfs tot een audiëntie bij de Poolse president Kwasniewski en ontelbare bezoekjes aan Poolse paragnosten. De uitzendingen van de per satelliet uitgezonden Poolse versie van Opsporing Verzocht (Magazyn Kryminalny) leidden slechts tot chantagepraktijken door mensen uit Duitsland, die geld wilden in ruil voor informatie over de zogenaamde verblijfplaatsen van de vermisten. Desondanks hebben de ouders van Marzana en Pawel alweer een nieuwe smeekbrief om een getuigenoproep naar TV Polonia, kranten en tijdschriften gestuurd. "Alstublieft, help ons. We missen onze kinderen. Al krijgen we maar een paar botjes, voor een graf. En een kaarsje voor hen branden." Met medewerking van Simon Trommel |
|
Copyright © 2003 De Gelderlander - alle rechten voorbehouden
|